Recensie
Cees Andriesse
Het verborgen veld
Non-fictie Atlas Contact; 190 pagina's
De menselijke maat


Wie de wetenschap wil begrijpen moet op zoek naar de mensen achter de
grote ontdekkingen, laat Cees Andriesse zien.


Door: Martijn van Calmthout 25 april 2015, 02:00


Cees Andriesse, emeritus hoogleraar natuurkunde, kernenergiecriticus,
Huygens-kenner, is altijd een merkwaardige schrijver geweest. Met een
schrijftaal die als een open zenuw indrukken opslokt en weer uitbraakt,
met soms getormenteerde zelfreflectie midden in wetenschappelijke of
wetenschapshistorische verhandelingen, en vol gevoel, lijkt hij al een
oeuvre lang de wereld bij zijn kladden te willen pakken en voor eens en
voor altijd doorgronden. Wat er ook voor nodig is.


Zijn roemruchte Huygens-biografie Titan kan niet slapen (2007) was daarvan
het allerhoogste voorbeeld: rauw, gevoelig, poëtisch, gepassioneerd, net
zo zoekend als Christiaan Huygens ooit zelf op zoek was naar de aard der
dingen. Het boek blies lezers uit hun sokken en bracht de stijvere
historici tot razernij met zijn ongewone romantiserende stijl. Tegelijk
was er toch ook geen speld tussen de verhandelingen over licht,
kansrekening en kogelbanen te krijgen.

Twijfelende terzijdes

Wie daarvan houdt, moet zeker Het Verborgen Veld lezen en deze bundel met
nieuwe en wat oudere stukken met vijf sterren in gedachten weer
dichtslaan. Maar er zullen dus ook lezers zijn die onderweg verstrikt
raken in de soms moeizame kanten van Andriesse's schrijfdrift. Die hem
zijn uitwijdingen en twijfelende terzijdes niet vergeven, of de
compromisloze afdalingen in de natuurkunde, inclusief wiskundige formules.
Zij komen niet verder dan één magere ster, voor de moeite die de oude
professor (1939) zich kennelijk toch wilde getroosten.


Het Verborgen Veld is vooral een boek met een boodschap over
wetenschapsgeschiedenis: ook in de wetenschap telt alleen de menselijke
maat. Grote ontwikkelingen zijn uiteindelijk toch terug te voeren op
persoonlijke ingevingen en waarnemingen. Wie de wetenschap wil begrijpen,
moet daar naar op zoek, inclusief de vergissingen en misverstanden en
persoonlijke beperkingen. Zo goed als Albert Einstein als fysicus was,
zo'n talentloze violist was hij bijvoorbeeld. Het punt was meer dat
niemand dat het genie nog durfde te vertellen. En passant laat Andriesse
ook zien dat de befaamde Leidse theoreticus Hendrik Lorentz niet de naar
hem genoemde formules in de relativiteitstheorie ontdekte. Dat is een
vriendendienst van Henri Poincaré.

Elektromagnetisch veld

Centrale casus in Andriesses historiografische betoog is de ontdekking van
het elektromagnetische veld, in de 19de eeuw, door met name Michael
Faraday. Die ontdekte, als ongeschoold amanuensis van de Royal Society,
rond 1830 dat een veranderende elektrische stroom op afstand een
magnetische kracht uitoefent. 'Ik begrijp dat nog steeds niet. Echt niet',
aldus een typische Andriessiaanse verzuchting aan het begin van een voor
de liefhebber briljant betoog over het onzichtbare veld dat ons kennelijk
omringt en dat de basis is voor alles, van radioverkeer tot fietsdynamo.


En alweer en passant ergert hij zich ook even kapot aan de roem van James
Clerk Maxwell, die in 1865 de vier wiskundige formules opschreef die
Faraday's ontdekkingen van dertig jaar eerder slim samenvatten. Grommend:
'Iemands vlag op het gebouw maakt hem nog niet tot de bouwheer.' Heel
fijn.


Martijn van Calmthout Redacteur exacte vakken en omstreken, natuurkundige,
wetenschapskenner en dito liefhebber, Einstein-biograaf, auteur van
populair wetenschappelijke boeken, gastheer in het maandelijkse KennisCafé
in de Balie en radiopresentator De Kennis van Nu (NTR).